109. Een bijzonder ziekenhuisbezoekje

“Hé Ciska, hoe gaat het met je? Ik heb je alweer een tijdje niet gezien. Alles goed?”
Het is een berichtje van Frans, de oudere man van Mysterie.
Ze antwoordt hem direct.
“Ja hoor, alles goed. Was alleen wat druk met werk en dates, dus had even geen tijd voor de club. Met jou alles goed?”
“Zeker wel, je hebt me letterlijk weer leven in geblazen. Heb je nog wat lucht over een dezer dagen?”
“Jawel hoor. Wanneer wil je komen?”
“Heb je as. maandag tijd?”
“Is goed, houd ik daar rekening mee. Hoe laat wilde je komen?”
“Kun je vanaf elf uur tot een uur of vier?”
“Wow, wat ben jij van plan?”
“Ik moet voor een darmonderzoek naar Gent en zou je willen vragen of je met mij mee wilt rijden. Ik mag nl. niet zelf terug naar huis rijden.”
“Oké, zoiets had ik niet verwacht, maar ik doe het graag voor je, hoor.”
“Heel fijn. Dan haal ik je om 11 uur op. Rijden we op ons gemak naar Gent. Bij het ziekenhuis kun je goed eten. Dan eten we daar wat en om 13.00 uur is het onderzoek.. Dat duurt een uurtje en daarna even uitrusten en om 14.30 uur mag ik weer naar huis.
Dan zijn we mooi voor de files thuis.”
“Helemaal goed. Zie ik je maandag.”
Keurig op tijd staat Ciska klaar wanneer Frans aan komt rijden. Ze loopt naar zijn auto en neemt plaats naast hem. Zijn auto is niet erg schoon en stinkt naar rook.
Gelukkig is het prachtig weer en kan het raam een stukje open.
“Oh ja, sorry, Jij rookt niet hè.” Hij pakt uit het handschoenenkastje een flesje mannenparfum en spuit wat om zich heen.
Het ruikt heerlijk. Obsession heet de geur. Het heeft een bijzonder effect op Ciska.
“Ik moet je zeggen, dat ik behoorlijk opgewonden wordt van deze geur.”
“Oh, is dat zo, dan zal ik deze opspuiten wanneer ik volgende keer naar jou thuis kom.”
Op de weg heen praten ze over van alles. Ciska haar scheiding, bewogen liefdesleven, haar stichting, God.
“Ik zei je toch, dat je een engel bent.” grapt hij.
“Dat hoor ik wel vaker. Ik vind het mooi hoe God mij altijd bijzondere mensen op mijn pad brengt. Het zijn heel vaak mannen die liefde tekort zijn gekomen en het is dan zo fijn, dat ik hen dat mag laten voelen en geven.”
“Je bent een bijzondere vrouw, Ciska. Maar je bent ook ondeugend, dat zie ik wel in de club.”
“Ik doe toch niemand kwaad. Ik ben single, dus pleeg geen overspel. Ik ben lief, ik geniet van mijn leven. God houdt van mij zoals ik ben. We hoeven allemaal niet perfect te zijn en dan, wat is perfect. Wie bepaalt dat? Kijk eens in de natuur, hoeveel verschillende bloemen Hij gecreëerd heeft. Geen een enkel wezen is gelijk, zelfs een tweeling niet. We zijn allemaal unieke scheppingen. Geweldig toch.”
“En nog een wijze vrouw ook.”
Ze zijn inmiddels gearriveerd bij het ziekenhuis. Frans parkeert de auto en neemt haar mee naar het restaurant. Eet maar wat je lekker vindt. Ik kan niet eten ivm het onderzoek, maar ga je gang.”
“Ah, dat is toch niet leuk voor jou.”
“Geeft niet, ik ga nog even sigaretjes roken.”
Ciska zoekt een heerlijk bolletje met brie, honing en noten uit. Het ziet er heerlijk uit en smaakt ook lekker. Een kopje thee erbij.
Dan is ook Frans weer terug en lopen ze samen naar de opname.
Na wat administratieve handelingen en vragenlijsten ingevuld te hebben, moet Frans zich omkleden en op bed gaan liggen. Het is even wachten op de verpleegster voor de verdoving. Dat kan even duren wordt gezegd ivm de lunchpauzes.
“Wauw, je ligt er wel sexy bij hoor, zo met die split in het hemd,” grapt Ciska.
Ze streelt zijn bovenbeen en heup. “Ik word echt geil van dat geurtje van jou, Frans.”
“Nou, jij zit er anders ook lekker sexy bij. Ik kijk zo in je decolleté,” en grijpt zo met zijn hand in haar boezem. Ciska schatert het uit.
“Oh, gaan we zo beginnen. Ze maakt een move onder het dunne dekentje en zoekt met haar hand naar zijn edele delen. Meteen bij aanraking met haar kleine friemel vingers stijgt de kleine op tot grotere hoogte en heft zelfs de deken op.
“Oh my God, jij doet echt wonderen, maar nu lig ik hier voor paal. Letterlijk.”
“Nou, daar moet ik dan iets aan doen hè.”
Ze kijkt even om om te kijken of de kust nog veilig is en duikt dan met haar hoofd onder de deken en hapt de nu stevige pik in haar mond. Zuigt hem lekker naar binnen en draait wild met haar tong om de stijve jongen heen. Dan voelt ze een warme stroom haar mond vullen. Het smaakt naar koffie. Niet haar favoriet, maar het is voor een goed doel. Als er iets mis gaat bij het onderzoek, dan heeft hij toch een paar mooie laatste minuten gehad.
Dan hoort ze ineens voetstappen achter haar. Ze trekt snel het hemd naar beneden, haalt haar hoofd onder de dekens vandaan en zegt met een stalen gezicht. “Nee, je telefoon ligt ook niet hier. En dan een blik op het nachtkastje. Jeetje, hij ligt gewoon daar joh.”
Dan kijkt ze achter haar en ziet daar een verpleger staan.
“Ik kom even de bloeddruk meten en het kalmeringstabletje toedienen.”
“Dat eerste zou ik maar even mee wachten. Geef eerst dat tabletje maar.”
Dan houdt ze het niet meer en proest het uit. Snel wendt ze haar gezicht af en loopt naar de wastafel en pakt een papieren handdoekje en begint haar neus te snuiten.
Ook Frans ligt met een rood hoofd van ingehouden pret en moet moeite doen om zijn gezicht in de plooi te houden.
De verpleger meet zijn polsslag, die behoorlijk snel is. Hij snapt er helemaal niets van. Hij voelt dat er iets gaande is, maar kan niet zeggen wat.
“U moet zich niet zo druk maken mijnheer. Het zal allemaal wel meevallen. Probeert u zich maar te ontspannen. Dit tabletje zal u helpen. Ik kom zo wel de bloeddruk opmeten.”
Dan loopt hij de deur uit.
“Jij bent echt erg. Ik heb nog nooit zo’n vrouw als jij meegemaakt. Echt. Bij jou voel ik dat ik leef. Dank je wel.”
“Wat lief, schatje. Maar nu moet je even rustig worden, anders gaan ze helemaal geen onderzoek doen. Ben je hier voor niets gekomen.”
Ze slaat haar armen om hem heen en aait over zijn hoofd om hem rust te geven.
“Heel lief, Ciska, maar met mijn neus tussen die lekkere tieten van jou, kan ik niet rustig worden.”
Weer schiet Ciska in de lach. “Oké, beter ga ik naar de gang, zodat je even tot rust kan komen.”
“Nee, blijf maar, maar kom maar naast mijn zitten en houdt mijn hand vast. Wil je dat doen?”
“Natuurlijk schatje.”
Zachtjes streelt ze over zijn hand. Nu wordt hij rustig. Zijn ogen vallen telkens dicht.
De verpleger komt weer in de kamer. Meet zijn bloeddruk en is blij dat zijn patiënt tot rust is gekomen.
“Alles is stabiel. Ik neem hem mee, mevrouw. Over een half uur zijn we weer terug.”
“Is goed. Tot straks. Ik ga even een kopje thee drinken in het restaurant.”

Na een half uur komt hij weer terug. Frans is nog wat suf van het roesje.
Ze blijft rustig naast hem zitten, tot hij weer tot zijn positieven is gekomen.
Dan opent hij zijn ogen.
“Hoe voel je je?”
“Alsof ik genaaid ben door drie kerels.”
“Zo, ik wist niet dat je bi was? Kunnen we misschien een keer een triootje doen.”
Hij lacht als een boer met kiespijn.
“Jij, hè.” Hij schudt zijn hoofd.
“Rust maar even, lieverd, Ik ben hier naast je en ik zal me gedragen.”
Na een half uurtje is hij weer de oude. De verpleger vraagt of hij eerst even wil gaan plassen. Als dat goed gaat, mag hij naar huis.
Dat lukt gelukkig.
“Mijn schoonmoeder zei altijd:”Als je roeperd en je poeperd het doen, dan is alles oké.”
“Nou, die poeperd zal in het begin even wat vreemd aanvoelen, maar morgen zal het weer wat beter gaan. Wat mij betreft mag u weer aankleden en mee naar huis.”
Ciska pakt de kleding van Frans uit de kast en helpt hem aankleden.
“Je hebt vele talenten, Ciska. Florence Nightingale, Xaviera Hollander, Christel de Laat. De perfecte vrouw.”
Verlegen bij al deze complimenten trekt ze zijn kraag recht, pakt zijn tas en pakt hem bij de arm.
“Kun je lopen, of moet ik even een rolstoel met kussen erin charteren.”
“Ik denk dat ik beter kan lopen. Het is niet ver en de beweging is goed voor de bloedsomloop. Dadelijk moeten we ook weer 1,5 uur in de auto zitten en ik nog langer zelfs.”
Ze wandelen op het gemak naar de uitgang. Nog wat medicatie ophalen bij de apotheek en dan gaan ze huiswaarts.
Deze keer gaat Ciska achter het stuur.
“Ik heb altijd al in zo’n grote pooierbak willen rijden. Wauw, zit lekker hoor.”
Frans pakt het kussen van de achterbank en gooit dit op de bijrijdersstoel.
“Zo, ik zit. Rijden maar met die pooierbak.”
Na anderhalf uur zijn ze terug weer bij Ciska.
“Bedankt voor alles, lieve Ciska.” Een lieve kus op haar wang, want hij heeft net een sigaretje gerookt.
“En ga je nu dat laatste stuk naar huis nog zelf rijden?”
“Komt goed.”
En het kwam gelukkig goed.
Het onderzoek wees niets uit. Alles was oké.
Advies? Stoppen met roken. 😉

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *